Week van Burgerschap: thema ‘Het gezin’, cruciaal in coronatijd

Kinderen gaan in deze periode slechts de helft van de tijd naar school. Daardoor neemt de invloed van de thuissituatie toe. Dat maakt het thema van de Week van Burgerschap: ‘Het gezin’, uiterst actueel. Kwintessens speelt hier met deze les actief op in en helpt leerkrachten meer inzicht te geven in de thuissituatie van kinderen. Met een gratis les voor onder-, midden- en bovenbouw. Afgestemd op het thema van deze bijzondere week: ‘Het gezin’. De gratis burgerschapsles is een aanvulling op de Kwink-lessen voor sociaal-emotioneel leren.

Bekijk hier de lessen

‘Het gezin’: een cruciaal thema dat leerkrachten helpt in coronatijd

Een van de doelen van burgerschapsonderwijs is: kinderen opvoeden tot verantwoordelijke, zelfstandige burgers die op een succesvolle wijze kunnen meedoen aan onze complexe samenleving. In die opvoeding spelen ouders uiteraard een grote rol. Zeker nu de kinderen ook deels thuis onderwijs krijgen. Meer dan ooit krijgen kinderen normen en waarden van thuis mee. Voor leerkrachten is het belangrijk dat ze meer inzicht krijgen in de thuissituatie van kinderen, zodat ze nóg beter kunnen aansluiten op hun vragen en behoeften. De speciaal ontwikkelde lessen voor de Week voor Burgerschap maken dit mogelijk.

Doel van de lessen

Met deze lessen ontdekken kinderen dat er veel verschillende gezinssituaties zijn. Ze kunnen die vergelijken met hun eigen situatie en ontdekken dat die verschillen vaak de reden zijn voor andere opvattingen. Hiervoor respect krijgen is een belangrijk leerdoel.

De speciale lessen van Kwink voor burgerschap en mensenrechten

De online lesmethode Kwink voor Burgerschap en Mensenrechten biedt gratis materiaal aan voor de Week van Burgerschap. Helemaal afgestemd op het thema ‘Het gezin’. De lessen sluiten aan bij de uitgangspunten en doelstellingen van de initiatiefnemers van deze speciale Week.

Het materiaal van Kwink is bedoeld voor onder-, midden- en bovenbouw en maakt – als zelfstandige module – deel uit van een groter lesprogramma over Burgerschap en Mensenrechten. De lessen bestaan uit animaties, filmpjes en coöperatieve, interactieve werkvormen en zijn opgebouwd volgens een bewezen succesvolle lesopbouw. Ze staan op de open website: www.kwinkvoorburgerschap-en-mensenrechten.nl.

jongen 16 jaar

Gezinsuitbreiding

Ik heb me zelden zozeer ‘burger’ gevoeld als de afgelopen weken tijdens de coronacrisis. De minister president en de Koning richtten zich direct tot ons, burgers, met een duidelijke rol en verantwoordelijkheid. Wij burgers moeten ons verstandig gedragen. De regels serieus nemen en zorgdragen voor jezelf en elkaar. Geen handen schudden en afstand houden. Behalve.. als je een gezin bent. Dan mag je elkaar nog omhelzen, kussen en hand in hand over een dijk hollen.

Dat is fijn, want alleen is zo stil. Maar wat is een gezin? Of beter, wie is een gezin? Natuurlijk, het standaardplaatje is een papa, een mama en een of meer kinderen. En dat kunnen ook twee vrouwen of twee mannen zijn, met of zonder kinderen. Nederlanders zijn progressief immers. Al zal niet elke Nederlander daar meteen aan denken. Maar vorm je ook een gezin als je een LAT relatie hebt met elk een kind uit een eerdere relatie, of gescheiden bent maar elkaar nog wel veel als vrienden ziet? Of samenwoont met een vriend of vriendin waar je geen relatie mee hebt? Welke verbondenheid telt, om als ‘gezin’ of ‘thuis’ te gelden? En dan veiligheid; de overheid stelt dat we veiliger zijn voor besmetting als we thuis blijven. Maar het is duidelijk dat er kinderen en jongeren zijn die juist nu, door sociaal isolement, nog meer dan anders knel zitten, door kindermishandeling of seksueel misbruik. Thuis is niet altijd veilig.

In de klas zullen de meeste kinderen en jongeren bij het woord gezin aan een heteroseksueel stel met kinderen denken. Maar in elke klas zullen ook kinderen zitten met een andere thuissituatie. Denk aan kinderen met gescheiden ouders, lesbische of homoseksuele ouders, eenoudergezinnen, of alleenstaande vluchtelingenkinderen. Zij herkennen zich niet in het plaatje en voelen misschien dat ze de enige zijn bij wie het anders is. Niet zoals het hoort. ‘Thuis’ associëren de meeste kinderen gelukkig met knus, maar ook dat geldt niet voor iedereen. De Week van Burgerschap is een goede gelegenheid om het in de klas te hebben over de variatie die er bestaat in leefsituaties en gezinnen, verschillende opvattingen over opvoeding, en helaas, ook over de minder fijne dingen die achter een voordeur kunnen plaatsvinden – en wat je dan als kind kunt doen. Op www.seksuelevorming.nl kunnen leerkrachten hiervoor lesmaterialen vinden, voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en MBO.

En ik pleit graag voor gezinsuitbreiding. Niet in de vorm van grotere gezinnen, of meer gezinnen, maar laten we een ruimere definitie nemen van het gezin, van mensen die verbonden met elkaar zijn. Zodat alle kinderen of jongeren in de klas zich erin kunnen herkennen en voelen dat ze erbij horen.

Marianne Cense, onderzoeker bij Rutgers, kenniscentrum seksualiteit

Buitenschoolse kennisbronnen in Bèta Burgerschap

Door: Lida Klaver, onderzoeker Lectoraat Vernieuwingsonderwijs Saxion Hogeschool en TechYourFuture, l.t.klaver@saxion.nl

Wat is goed burgerschap? Hier zijn de meningen over verdeeld. Op basis van ieders eigen mens- en maatschappijbeeld ontstaan verschillende ideeën over goed burgerschap en burgerschapsvorming. In Bèta Burgerschap vinden we het belangrijk om de autonomie van burgers te bevorderen. We gaan uit van het idee dat groepsgewijs probleem oplossen de kerncompetentie is voor goed burgerschap in een democratische samenleving. Dit betekent dat het belangrijk is dat burgers leren samenwerken, verschillende perspectieven innemen, kritisch denken, morele afwegingen maken, en samen beslissingen nemen. Op basis van deze uitgangspunten hebben we afgelopen jaren samen met leraren uit het primair en voortgezet onderwijs en met (technische) bedrijven leeractiviteiten ontwikkeld en geëvalueerd. De leeractiviteiten zijn burgerschapsvormend en tegelijkertijd ook passend voor Wetenschap, Bèta en Technologie-onderwijs.

Bèta Burgerschap in de klas

In de Bèta Burgerschap-leeractiviteiten staan maatschappelijk-technologische vraagstukken centraal. Denk bijvoorbeeld aan vraagstukken die te maken hebben met textielindustrie, internet der dingen en privacy, nanotechnologie of plastic soep. Een maatschappelijk-technologisch vraagstuk kan spelen op wereldniveau en tegelijkertijd in de eigen omgeving van het kind. De leraar kan zelf een vraagstuk introduceren, maar een vraagstuk kan ook vanuit de leerlingen komen.

Om de voorkennis van leerlingen op te halen en de nieuwsgierigheid te wekken, beginnen leerlingen met het verkennen van het gekozen vraagstuk (stap 1). Vervolgens verdiepen ze zich in de perspectieven van verschillende betrokkenen (actoren) en doen kennis op over het vraagstuk en mogelijke oplossingen (stap 2). Dit kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan wereldoriëntatie, begrijpend lezen, onderzoekend leren of een bedrijfsbezoek. Daarna gaan de leerlingen met elkaar in discussie en nemen groepsgewijs een beslissing (stap 3). Hierbij houden ze rekening met de belangen van verschillende actoren. Ten slotte kijken ze terug op het beslissingsproces en vormen hun eigen mening over het vraagstuk (stap 4). Deze stappen zijn ook beschreven in het praktijkboek Bèta en technologie voor burgerschapsonderwijs.

Buitenschoolse kennisbronnen

School is niet de enige, en mogelijk niet de belangrijkste invloed als het gaat om burgerschapsvorming. Buitenschoolse kennisbronnen, zoals familie, vrienden, gemeenschappen, en populaire media zijn ook van belang.

Stel we nemen een vraagstuk dat te maken heeft met de textielindustrie. Leerlingen kunnen hier van huis uit al ervaring mee hebben doordat ze thuis keuzes maken in de kleding die ze kopen, ouders werken in een kledingwinkel, of familieleden uit Turkije werken daar in de kledingindustrie. Leerlingen gaan winkelen met vrienden, praten over mode, en krijgen een gat in hun broek wanneer ze buitenspelen. In hun wijk staat een kledingbak en er komt een nieuwe kledingwinkel die reclame maakt voor biologisch katoen. Ook door populaire media zoals muziek, tijdschriften, nieuws, televisie, films, en internet komen leerlingen in aanraking met verschillende aspecten van de kledingindustrie die hun kennis, betrokkenheid en overtuigingen beïnvloeden.

Zie voor meer informatie over hoe je als leraar achter de kennisbronnen van je leerlingen komt, het hoofdstuk ‘Ontdek de wereld van je leerlingen’.

Science capital

Onderzoekers uit Engeland hebben een onderwijsaanpak ontwikkeld om kansenongelijkheid in leren over bèta en technologie aan te pakken: de Science Capital Teaching Approach (SCTA). Met science capital (wetenschappelijk kapitaal) worden kennisbronnen die te maken hebben met bèta en technologie bedoeld. Deze onderwijsaanpak betekent concreet dat de leraar zijn lessen iets aanpast (tweak your lessons) zodat meer verschillende leerlingen betrokken worden bij bèta en technologie. De kenmerken van de science capital aanpak zijn ook goed toepasbaar op Bèta Burgerschap. In wat we noemen Bèta Burgerschap 2.0, gaat het dan om betrokkenheid van verschillende leerlingen bij maatschappelijk-technologische vraagstukken.

(Godec, King, & Archer, 2017, p. 17).

(Godec, King, & Archer, 2017, p. 17).

Bèta Burgerschap 2.0

Het fundament van de SCTA, verbreden wat telt, betekent bij Bèta Burgerschap dat je alle bijdragen van leerlingen verwelkomt en respecteert en dat bijvoorbeeld ook de praktische inbreng en ideeën van minder taalvaardige leerlingen worden gewaardeerd.

De eerste pijler van de SCTA, personaliseren en lokaliseren, is in Bèta Burgerschap met name van belang bij de keuze van het vraagstuk. Door zicht te krijgen op de buitenschoolse kennisbronnen van je leerlingen kun je een vraagstuk kiezen dat leerlingen herkennen uit hun eigen omgeving. Tijdens de leeractiviteiten zoom je uit op het wereldprobleem (bijv. watertekorten door textielindustrie), en in op lokale gebeurtenissen (bijv. de organisatie van een kledingruil).

De tweede pijler, uitlokken, waarderen en verbinden, betekent dat je bijvoorbeeld open vragen stelt, over je eigen leven vertelt, en manieren zoekt waardoor ook stille leerlingen hun ervaringen uiten (bijv. door in kleine groepen te werken of door een schrijfopdracht). Dit zorgt ervoor dat je voort kan bouwen op de kennis en ervaringen die leerlingen al hebben met het vraagstuk.

De derde pijler, uitbreiden van wetenschappelijk kapitaal, is in Bèta Burgerschap het uitbreiden van maatschappelijk-technologisch kapitaal. Stimuleer leerlingen bijvoorbeeld om het nieuws te volgen, neem ze een keer mee naar de gemeenteraad of naar een technisch bedrijf, en stimuleer ze gebruik te maken van de kennis van mensen in hun omgeving.

In bovenstaande hebben we geprobeerd duidelijk te maken hoe de pijlers van de SCTA ingezet kunnen worden voor Bèta Burgerschap. Zie jij dit ook voor je? En heb je interesse om aan de slag te gaan met Bèta Burgerschap 2.0? Wij denken graag met je mee!

Verder lezen?

Tolkamp, Guérin, & Klaver (2019). Bèta en technologie in burgerschapsvorming https://www.techyourfuture.nl/a-1354/praktijkboek-bèta-burgerschap

Godec, King, & Archer (2017). The Science capital teaching approach, engaging students with science, promoting social justice. https://discovery.ucl.ac.uk/id/eprint/10080166/1/the-science-capital-teaching-approach-pack-for-teachers.pdf

Van den Bergh, Denessen & Volman (2020). Werk maken van gelijke kansen (H2. ‘Ons soort mensen’ en H15. ‘Ontdek de wereld van je leerlingen’). https://didactiefonline.nl/artikel/werk-maken-van-gelijke-kansen

Thema 2020 bekend!

Het thema van Week van Burgerschap 2020 is ‘Het Gezin’. Met dit thema worden de volgende onderwerpen behandeld:

• Welke verschillende gezinsvormen zijn er in jouw klas, in Nederland en in de rest van de wereld?
• Wat is opvoeding en waar komen ideeën over opvoeding vandaan?
• Veiligheid: wat gebeurt er achter de voordeur? Hoe kun je als leerkracht omgaan met armoede of verwaarlozing? • Welke ideeën krijgen kinderen van huis uit mee (geloof, overtuigingen, politiek)?
• Hoe vinden kinderen een rol in de samenleving zonder gezin?
• Welke afspraken worden er in de samenleving en wetgeving gemaakt over gezinssituaties?

Het lespakket is nu alvast te bestellen.

Een op de drie kinderen kan vakantieland niet op de kaart aanwijzen

Naar welk land ging jij vorig jaar op vakantie? Wat is de hoofdstad, welke taal spreken ze er en hoe zeg je ‘dankjewel’ in die taal? Kindertijdschriften Samsam en Kidsweek deden onderzoek naar vakantie in het buitenland onder 650 kinderen van 7 tot 13 jaar.


Van alle kinderen kan 1 op de 3 hun vakantieland niet aanwijzen op de kaart en 25% weet niet wat de hoofdstad was van het land waar ze naartoe zijn gegaan. Daarentegen wist 70% wel hoe ze ‘dankjewel’ in de lokale taal moesten zeggen.
Tussen het relaxen door, steken kinderen wel wat op van hun vakantie. Zo geeft 38% geeft aan iets over de cultuur te hebben geleerd (taal, geschiedenis en gewoonten en gebruiken) en passen ze zich aan de culturele tradities en gebruiken aan (42%).

Opvallend is dat Amerika op nummer 1 staat als het gaat om gedroomde vakantiebestemming: 17% van de kinderen zou hier naartoe willen. In 2018 ging slechts 3% naar dit droomland. Kinderen willen het Vrijheidsbeeld zien, shoppen in New York of naar Disney World. Voor kinderen is de belangrijkste reden om ergens naartoe te willen op vakantie: de natuur van het land (23%), op de voet gevolgd door ‘cultuur’ (18%). Slechts 8% kiest ‘het weer’ als reden.

‘Bereid je niet te veel voor en laat je verrassen.’
Psycholoog Ap Dijksterhuis, ook wel de geluksprofessor genoemd, zeg naar aanleiding van deze resultaten: ‘je verdiepen in een cultuur, taal en recente geschiedenis helpt je te begrijpen wat je ziet in een land. Je geniet het meest van je vakantie als je meegaat in de plaatselijke cultuur en je aanpast aan de gebruiken. Maar bereid je niet te veel voor en laat je ook verrassen.’ Dijksterhuis gelooft dat verre reizen je blik verruimen: ‘nieuwe landen ontdekken is goed tegen vooroordelen, ook al blijven voor toeristen de ‘echte’ problemen vaak buiten beeld.’

Week van Burgerschap
Kindertijdschriften Samsam en Kidsweek deden dit vakantie-onderzoek in het kader van de Week van Burgerschap van 20 t/m 24 mei met als thema ‘ontmoeting met de ander’. Speciaal voor deze week biedt Samsam over dit thema een lespakket aan dat bestaat uit een magazine en lesopdrachten. In het magazine staan verhalen van kinderen overal ter wereld die in hun dagelijks leven toeristen ontmoeten: van Rwanda tot Giethoorn. Wat leren ze van elkaar? Wat verbaast hen en wat vinden ze irritant? Met de lesopdrachten leren de leerlingen dat voor een waardevolle ontmoeting het belangrijk is om respect uit te stralen, je open te stellen voor de ander en naar elkaar te luisteren.

Bekijk het filmpje:

Week van Burgerschap 2019

In week 21 is de Week van Burgerschap. Het thema van deze week is ‘ontmoeting met de ander’.

Aan de slag met dit thema? Wij bieden een lespakket van Samsam aan. Dit pakket bestaat uit 30 magazines, de lesbrief en een digibordles.

Het pakket bestellen kan hier.

 

 

Inspiratiemiddag

Gisteren organiseerden wij voor het eerst een inspiratiebijeenkomst over burgerschap, naar aanloop van de Week van Burgerschap. Het programma bestond uit een plenair gedeelte, een debat over burgerschapsvorming op school én verschillende workshops. Grote dank aan:
Museum Volkenkunde voor het beschikbaar stellen van de locatie én het geven van een inspirerende workshop, Schooldebatteren voor het verzorgen van de dagvoorzitter en het organiseren van het debat, Casimirschool, voor het vurige debat, Curriculum.nu voor de heldere uitleg over het proces van de ontwikkelteams, Stichting School & Veiligheid, ProDemos, Nuffic en College voor de Rechten van de Mens voor de workshops.

En natuurlijke alle bezoekers: bedankt!

 

Week van Burgerschap

De Week van Burgerschap (21 t/m 25 mei 2018) wil het onderwijs inspireren tijd te besteden aan burgerschapsvorming in de klas. Het thema van 2018 is: ‘van wijk naar wereld’.

Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse leerlingen lager scoren op kennis over burgerschap, ten opzichte van landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland en België. Het is voor scholen sinds 2003 verplicht om tijd te besteden aan burgerschap. Het concept burgerschap is echter (nog) niet expliciet en de school staat vrij in de invulling.

De Week van Burgerschap wil graag de dialoog starten over hoe burgerschap wél structureel in het onderwijs moet worden ingevoerd. Daarbij wordt ook gekeken naar de huidige ontwikkelingen rondom Curriculum.nu en de voorgestelde wetswijziging van minister Slob.

Thema: van wijk naar wereld
Burgerschap in het onderwijs is onderverdeeld in drie pijlers: democratie, participatie en identiteit. Kinderen leren over hun eigen rechten, hoe ze zelf een verschil kunnen maken en onderzoeken hun rol in de samenleving. Dat begint klein: op school en in de wijk, maar kan groeien naar een bijdrage aan Nederland en de wereld. Met dit thema wordt onderzocht hoe die stap naar buiten gemaakt kan worden. Met andere woorden: hoe ontwikkelen leerlingen zich op school tot verantwoordelijke wereldburgers?

Inspiratiebijeenkomst op 16 mei
In aanloop van de Week van Burgerschap wordt op woensdagmiddag 16 mei, een gratis inspiratiebijeenkomst georganiseerd voor leerkrachten en geïnteresseerden over burgerschapsvorming in de klas. Deze bijeenkomst vindt plaats in het Museum Volkenkunde in Leiden.

Tijdens de bijeenkomst kunnen leerkrachten workshops volgen van Stichting Nederlands Debat Instituut, College voor de Rechten van de Mens, Nuffic, ProDemos, Samsam en Stichting School & Veiligheid. Aanmelden voor deze bijeenkomst kan via: www.weekvanburgerschap.nl/inspiratiebijeenkomst.