jongen 16 jaar

Gezinsuitbreiding

Ik heb me zelden zozeer ‘burger’ gevoeld als de afgelopen weken tijdens de coronacrisis. De minister president en de Koning richtten zich direct tot ons, burgers, met een duidelijke rol en verantwoordelijkheid. Wij burgers moeten ons verstandig gedragen. De regels serieus nemen en zorgdragen voor jezelf en elkaar. Geen handen schudden en afstand houden. Behalve.. als je een gezin bent. Dan mag je elkaar nog omhelzen, kussen en hand in hand over een dijk hollen.

Dat is fijn, want alleen is zo stil. Maar wat is een gezin? Of beter, wie is een gezin? Natuurlijk, het standaardplaatje is een papa, een mama en een of meer kinderen. En dat kunnen ook twee vrouwen of twee mannen zijn, met of zonder kinderen. Nederlanders zijn progressief immers. Al zal niet elke Nederlander daar meteen aan denken. Maar vorm je ook een gezin als je een LAT relatie hebt met elk een kind uit een eerdere relatie, of gescheiden bent maar elkaar nog wel veel als vrienden ziet? Of samenwoont met een vriend of vriendin waar je geen relatie mee hebt? Welke verbondenheid telt, om als ‘gezin’ of ‘thuis’ te gelden? En dan veiligheid; de overheid stelt dat we veiliger zijn voor besmetting als we thuis blijven. Maar het is duidelijk dat er kinderen en jongeren zijn die juist nu, door sociaal isolement, nog meer dan anders knel zitten, door kindermishandeling of seksueel misbruik. Thuis is niet altijd veilig.

In de klas zullen de meeste kinderen en jongeren bij het woord gezin aan een heteroseksueel stel met kinderen denken. Maar in elke klas zullen ook kinderen zitten met een andere thuissituatie. Denk aan kinderen met gescheiden ouders, lesbische of homoseksuele ouders, eenoudergezinnen, of alleenstaande vluchtelingenkinderen. Zij herkennen zich niet in het plaatje en voelen misschien dat ze de enige zijn bij wie het anders is. Niet zoals het hoort. ‘Thuis’ associëren de meeste kinderen gelukkig met knus, maar ook dat geldt niet voor iedereen. De Week van Burgerschap is een goede gelegenheid om het in de klas te hebben over de variatie die er bestaat in leefsituaties en gezinnen, verschillende opvattingen over opvoeding, en helaas, ook over de minder fijne dingen die achter een voordeur kunnen plaatsvinden – en wat je dan als kind kunt doen. Op www.seksuelevorming.nl kunnen leerkrachten hiervoor lesmaterialen vinden, voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en MBO.

En ik pleit graag voor gezinsuitbreiding. Niet in de vorm van grotere gezinnen, of meer gezinnen, maar laten we een ruimere definitie nemen van het gezin, van mensen die verbonden met elkaar zijn. Zodat alle kinderen of jongeren in de klas zich erin kunnen herkennen en voelen dat ze erbij horen.

Marianne Cense, onderzoeker bij Rutgers, kenniscentrum seksualiteit

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *