logo burgerschap blok

Burgerschap en de Klas als Minimaatschappij

Een onderzoek van de Universiteit Utrecht in bovenbouwklassen over burgerschap.

Wat doen leerkrachten en leerlingen om een veilige groep te krijgen? Een groep waar iedereen zich geaccepteerd voelt ongeacht de verschillen in cultuur, religie of achtergrond? De Universiteit Utrecht onderzoekt in schooljaar 2021-2021 verschillende burgerschapsthema’s in de groepen 6, 7 en 8. Leerkrachten en schoolleiders kunnen zich vanaf nu aanmelden met hun klas(sen).

Waar gaat het onderzoek over?

De klas wordt vaak een ‘oefenplaats voor burgerschap’ genoemd: leerlingen leren hier om samen te leven en rekening met elkaar te houden. Dit onderzoek gaat over sociale burgerschapsthema’s zoals sociale verbondenheid, sociale competenties, onderlinge relaties, omgaan met conflict en omgaan met (culturele) verschillen. Ook leerkrachten hebben een belangrijke plaats in project BLOK: er wordt onderzocht hoe dagelijkse interacties tussen de leerkracht en leerlingen bij kunnen dragen aan burgerschapsvorming in de klas.

De resultaten van dit onderzoek maken het mogelijk om meer inzicht te krijgen in hoe dagelijkse omgang met elkaar in de klas bij kan dragen aan burgerschapsvorming.

Wat levert het onderzoek op voor scholen en leerkrachten?

Scholen en leerkrachten die meedoen aan dit onderzoek (met één of meerdere klassen) worden op verschillende manieren gecompenseerd voor hun deelname:

  • Iedere deelnemende leerkracht ontvangt lesmateriaal. In deze handreiking/lessen vindt u tips om met de groep in gesprek te gaan over het klimaat in de groep. Dit is belangrijk, omdat de leerlingen bevraagd zijn op allerlei aspecten van het functioneren van de groep en hun plek daarin. Die bewustwording vraagt om een vervolg. Zo krijgen u en de leerlingen een mooie kans om waar mogelijk de sfeer in de groep te verbeteren.
  • Over elke deelnemende school wordt een rapportage geschreven met onderzoeksbevindingen en een rapportage over de sociale veiligheid in de klas (conform normen van onderwijsinspectie).
  • Na afloop van het onderzoek ontvangen leerkrachten een cadeaubon ter waarde van 75 euro voor hun deelname.
  • Iedere leerkracht ontvangt halverwege het schooljaar een cadeaubon om naar eigen inzicht te besteden aan een passend cadeau voor hun klas.
  • De Universiteit Utrecht en de Vreedzame School organiseren na afloop van het onderzoek een conferentie, waar we met elkaar in gesprek gaan over de belangrijkste bevindingen van het onderzoek en hun betekenis voor de onderwijspraktijk. Deelname hieraan is vrijblijvend.

Hoeveel tijd kost het om mee te doen?

Gedurende het schooljaar 2021-2022 zal er driemaal (najaar, winter en voorjaar) een klasbezoek plaatsvinden, bestaande uit twee onderdelen. De leerkracht en de leerlingen vullen tegelijkertijd een vragenlijst in (max. 45 minuten). Daarnaast is er een lesobservatie middels video-opnamen, hiervoor zijn geen aanpassingen van de les nodig. Per meetmoment is de tijdsinvestering voor de leerkracht dus ongeveer 1 uur.

Wilt u meedoen en meer te weten komen over burgerschap?

Neem contact op met Lian van Vemde en Minke Krijnen (onderzoekers van de Universiteit Utrecht) via blok@uu.nl. Op de website vindt u meer informatie over het onderzoek en kunt u zich aanmelden.

Buitenschoolse kennisbronnen in Bèta Burgerschap

Door: Lida Klaver, onderzoeker Lectoraat Vernieuwingsonderwijs Saxion Hogeschool en TechYourFuture, l.t.klaver@saxion.nl

Wat is goed burgerschap? Hier zijn de meningen over verdeeld. Op basis van ieders eigen mens- en maatschappijbeeld ontstaan verschillende ideeën over goed burgerschap en burgerschapsvorming. In Bèta Burgerschap vinden we het belangrijk om de autonomie van burgers te bevorderen. We gaan uit van het idee dat groepsgewijs probleem oplossen de kerncompetentie is voor goed burgerschap in een democratische samenleving. Dit betekent dat het belangrijk is dat burgers leren samenwerken, verschillende perspectieven innemen, kritisch denken, morele afwegingen maken, en samen beslissingen nemen. Op basis van deze uitgangspunten hebben we afgelopen jaren samen met leraren uit het primair en voortgezet onderwijs en met (technische) bedrijven leeractiviteiten ontwikkeld en geëvalueerd. De leeractiviteiten zijn burgerschapsvormend en tegelijkertijd ook passend voor Wetenschap, Bèta en Technologie-onderwijs.

Bèta Burgerschap in de klas

In de Bèta Burgerschap-leeractiviteiten staan maatschappelijk-technologische vraagstukken centraal. Denk bijvoorbeeld aan vraagstukken die te maken hebben met textielindustrie, internet der dingen en privacy, nanotechnologie of plastic soep. Een maatschappelijk-technologisch vraagstuk kan spelen op wereldniveau en tegelijkertijd in de eigen omgeving van het kind. De leraar kan zelf een vraagstuk introduceren, maar een vraagstuk kan ook vanuit de leerlingen komen.

Om de voorkennis van leerlingen op te halen en de nieuwsgierigheid te wekken, beginnen leerlingen met het verkennen van het gekozen vraagstuk (stap 1). Vervolgens verdiepen ze zich in de perspectieven van verschillende betrokkenen (actoren) en doen kennis op over het vraagstuk en mogelijke oplossingen (stap 2). Dit kan bijvoorbeeld gekoppeld worden aan wereldoriëntatie, begrijpend lezen, onderzoekend leren of een bedrijfsbezoek. Daarna gaan de leerlingen met elkaar in discussie en nemen groepsgewijs een beslissing (stap 3). Hierbij houden ze rekening met de belangen van verschillende actoren. Ten slotte kijken ze terug op het beslissingsproces en vormen hun eigen mening over het vraagstuk (stap 4). Deze stappen zijn ook beschreven in het praktijkboek Bèta en technologie voor burgerschapsonderwijs.

Buitenschoolse kennisbronnen

School is niet de enige, en mogelijk niet de belangrijkste invloed als het gaat om burgerschapsvorming. Buitenschoolse kennisbronnen, zoals familie, vrienden, gemeenschappen, en populaire media zijn ook van belang.

Stel we nemen een vraagstuk dat te maken heeft met de textielindustrie. Leerlingen kunnen hier van huis uit al ervaring mee hebben doordat ze thuis keuzes maken in de kleding die ze kopen, ouders werken in een kledingwinkel, of familieleden uit Turkije werken daar in de kledingindustrie. Leerlingen gaan winkelen met vrienden, praten over mode, en krijgen een gat in hun broek wanneer ze buitenspelen. In hun wijk staat een kledingbak en er komt een nieuwe kledingwinkel die reclame maakt voor biologisch katoen. Ook door populaire media zoals muziek, tijdschriften, nieuws, televisie, films, en internet komen leerlingen in aanraking met verschillende aspecten van de kledingindustrie die hun kennis, betrokkenheid en overtuigingen beïnvloeden.

Zie voor meer informatie over hoe je als leraar achter de kennisbronnen van je leerlingen komt, het hoofdstuk ‘Ontdek de wereld van je leerlingen’.

Science capital

Onderzoekers uit Engeland hebben een onderwijsaanpak ontwikkeld om kansenongelijkheid in leren over bèta en technologie aan te pakken: de Science Capital Teaching Approach (SCTA). Met science capital (wetenschappelijk kapitaal) worden kennisbronnen die te maken hebben met bèta en technologie bedoeld. Deze onderwijsaanpak betekent concreet dat de leraar zijn lessen iets aanpast (tweak your lessons) zodat meer verschillende leerlingen betrokken worden bij bèta en technologie. De kenmerken van de science capital aanpak zijn ook goed toepasbaar op Bèta Burgerschap. In wat we noemen Bèta Burgerschap 2.0, gaat het dan om betrokkenheid van verschillende leerlingen bij maatschappelijk-technologische vraagstukken.

(Godec, King, & Archer, 2017, p. 17).

(Godec, King, & Archer, 2017, p. 17).

Bèta Burgerschap 2.0

Het fundament van de SCTA, verbreden wat telt, betekent bij Bèta Burgerschap dat je alle bijdragen van leerlingen verwelkomt en respecteert en dat bijvoorbeeld ook de praktische inbreng en ideeën van minder taalvaardige leerlingen worden gewaardeerd.

De eerste pijler van de SCTA, personaliseren en lokaliseren, is in Bèta Burgerschap met name van belang bij de keuze van het vraagstuk. Door zicht te krijgen op de buitenschoolse kennisbronnen van je leerlingen kun je een vraagstuk kiezen dat leerlingen herkennen uit hun eigen omgeving. Tijdens de leeractiviteiten zoom je uit op het wereldprobleem (bijv. watertekorten door textielindustrie), en in op lokale gebeurtenissen (bijv. de organisatie van een kledingruil).

De tweede pijler, uitlokken, waarderen en verbinden, betekent dat je bijvoorbeeld open vragen stelt, over je eigen leven vertelt, en manieren zoekt waardoor ook stille leerlingen hun ervaringen uiten (bijv. door in kleine groepen te werken of door een schrijfopdracht). Dit zorgt ervoor dat je voort kan bouwen op de kennis en ervaringen die leerlingen al hebben met het vraagstuk.

De derde pijler, uitbreiden van wetenschappelijk kapitaal, is in Bèta Burgerschap het uitbreiden van maatschappelijk-technologisch kapitaal. Stimuleer leerlingen bijvoorbeeld om het nieuws te volgen, neem ze een keer mee naar de gemeenteraad of naar een technisch bedrijf, en stimuleer ze gebruik te maken van de kennis van mensen in hun omgeving.

In bovenstaande hebben we geprobeerd duidelijk te maken hoe de pijlers van de SCTA ingezet kunnen worden voor Bèta Burgerschap. Zie jij dit ook voor je? En heb je interesse om aan de slag te gaan met Bèta Burgerschap 2.0? Wij denken graag met je mee!

Verder lezen?

Tolkamp, Guérin, & Klaver (2019). Bèta en technologie in burgerschapsvorming https://www.techyourfuture.nl/a-1354/praktijkboek-bèta-burgerschap

Godec, King, & Archer (2017). The Science capital teaching approach, engaging students with science, promoting social justice. https://discovery.ucl.ac.uk/id/eprint/10080166/1/the-science-capital-teaching-approach-pack-for-teachers.pdf

Van den Bergh, Denessen & Volman (2020). Werk maken van gelijke kansen (H2. ‘Ons soort mensen’ en H15. ‘Ontdek de wereld van je leerlingen’). https://didactiefonline.nl/artikel/werk-maken-van-gelijke-kansen

Thema 2020 bekend!

Het thema van Week van Burgerschap 2020 is ‘Het Gezin’. Met dit thema worden de volgende onderwerpen behandeld:

• Welke verschillende gezinsvormen zijn er in jouw klas, in Nederland en in de rest van de wereld?
• Wat is opvoeding en waar komen ideeën over opvoeding vandaan?
• Veiligheid: wat gebeurt er achter de voordeur? Hoe kun je als leerkracht omgaan met armoede of verwaarlozing? • Welke ideeën krijgen kinderen van huis uit mee (geloof, overtuigingen, politiek)?
• Hoe vinden kinderen een rol in de samenleving zonder gezin?
• Welke afspraken worden er in de samenleving en wetgeving gemaakt over gezinssituaties?

Het lespakket is nu alvast te bestellen.